De een na oudste methode voor rapid manufacturing is stereolithografie. Laagsgewijs wordt uit een vloeistof een object gemaakt. Een met een prisma bestuurbare UV-laser belicht de vloeistof. De laser heeft precies de goede golflengte om de vloeistof te laten uitharden. Door de tafel langzaam in de vloeistof te laten zakken wordt het object laag voor laag opgebouwd.

Rapid manufacturing en prototyping maken veel gebruik van STL-bestanden. Dit format kent zijn oorsprong in de stereolithografie. STL staat voor Surface Tesselation Language en beschrijft de vorm van een object in driehoeken. Meer over STL-format »
Het grootste nadeel van stereolithografie is de beperkte materiaalkeuze. Dit is op te lossen door van een model een mal te maken. Via deze mal kan een afgietsel in een ander materiaal worden gemaakt, bijvoorbeeld aluminium, brons of silicone.
Door een projector in plaats van een laser te gebruiken heeft TNO een snellere 3D stereolithografie printer weten te ontwikkelen.
Een techniek die in het verlengde van stereolithografie ligt is Polyjet 3D printing van ObJet Geometries. Deze techniek werkt als een inktjetprinter met vele spuitmondjes en een UV-lamp in plaats van een laser.